Apicultuur

If the bee disappeared off the surface of the globe, then man would have only four years of life left.
No more bees, no more pollination, no more plants, no more animals, no more man.

Albert Einstein

Apicultuur is een ander woord voor bijenteelt, de domesticatie van een bijenvolk met de bedoeling om enerzijds de bestuiving der planten te ondersteunen en bevorderen en anderzijds te genieten van de winning der diverse bijenproducten zoals honing, was en stuifmeelpollen. Evenwel kan het nooit de bedoeling zijn om de bijen louter als productie- en opbrengstdieren te beschouwen, maar wel om een harmonische en natuurlijke samenwerking met de bijenwereld te bekomen. Daarom wordt gekozen om op deze pagina de boomstam methode te beschrijven en wordt ook aanbevolen om honing en was slechts in beperkte mate te oogsten en het bijennest zo weinig mogelijk te verstoren. Deze pagina heeft de bedoeling mensen te inspireren om op eenvoudige en natuurlijke wijze een bijennest te houden op een familiedomein (= minimaal 1 hectare permacultuurtuin). Dit komt ten goede aan de bevruchting der voedseltuinen op het domein (hogere opbrengsten) en brengt als bijkomend voordeel een kleine hoeveelheid honing, was en propolis voor de bewoners.
Nu de bijen in alarmerend tempo verdwijnen waardoor de bestuiving en bevruchting der planten steeds moeizamer gaat, is het zelf houden van een bijennest in de moestuin een goede beslissing. De verdwijnziekte heeft trouwens niet enkel te maken met de alom gevreesde varroamijt want deze (en andere belagers zoals virussen) kunnen ook bestreden worden met natuurlijke etherische oliën (lavendel, tijm,...). De verdwijnziekte wordt vermoedelijk veroorzaakt door een combinatie van factoren zoals de snelle toename aan stralingsbronnen, giftige landbouwbestrijdingsmiddelen, genetisch gemanipuleerde gewassen en veranderingen in het elektromagnetische aardeveld.

Hier zijn 12 preventieve tips om de verdwijnziekte (Colony Collapse Disorder) te vermijden. Deze tips zijn trouwens ook een leidraad om bijen op natuurlijke wijze te houden. Daarnaast is het belangrijk om een natuurlijke woonplaats voor de bijen te kiezen, zoals een holle boomstam.

Een stukje geschiedenis

Onze verre voorouders en ook nog vele huidige natuurvolkeren verwierven honing en andere bijenproducten van in het wild levende bijen. Pas in het oude Egypte ontstonden vormen van gerichte bijenteelt en domesticatie. Vanaf de Griekse en Romeinse tijd was het houden van bijen algemeen verspreid. Deze vroegste vormen van bijenteelt bestonden uit het vangen van bijenzwermen in uitgeholde boomstammen of aardewerken buizen. Het oogsten van de honing gebeurde vaak ten koste van het bijenvolk. In sommige landen werd het houden van bijen in holle bomen tot ambacht verheven. Hiervoor werden dikke bomen van 4 tot 15 meter hoog gebruikt, waar de bijen in natuurlijke holten of door de mens uitgeholde plekken werden gehuisvest. Voor het verstevigen van de honingraten werden in de holten kruizen of raten geplaatst. Voor het verzamelen van honing werden lange nauwe uithollingen gebruikt. In Rusland vormde deze vorm van bijen houden tot in de 19e eeuw een belangrijke sector van de economie. Toen echter steeds meer bomen werden gekapt (ter bevordering der landbouw), werd deze vorm van bijenhouderij daar geleidelijk aan vervangen door de bijenstal (= een aantal bijenkorven samen).
Tot in de twintigste eeuw werden bijen in gevlochten bijenkorven gehouden. De methode van honing oogsten bleef hetzelfde. Omdat het bijenvolk daarvoor gedood moest worden, werd het zwermen aangemoedigd om aan nieuwe volken te komen. De introductie van de bijenkast met verwisselbare ramen in de negentiende eeuw zorgde voor een radicale breuk met het verleden. Het was nu mogelijk afzonderlijke raten uit de volken te halen en dat maakte het oogsten van honing eenvoudig en het afzwavelen van bijenvolken overbodig. Een belangrijke naam in dit verband is Emile Warré en zijn bekende Warré bijenkast.

Het leven der bijen

Al sinds mensenheugenis houden mensen bijen. Terwijl het tegenwoordig voornamelijk gebeurt door imkers die dat als hobby doen, was het bijen houden vroeger haast onlosmakelijk verbonden met de landbouw. Een boer hield vaak ook één of meer bijenvolken omdat de bijen waardevolle diensten verrichten voor de bestuiving van vruchtgewassen. Natuurlijk, ook de wind zorgt voor bestuiving, maar de opbrengst van door bijen bestoven gewassen ligt aanzienlijk hoger. Nog langer geleden, ten tijde van Karel de Grote, werd het bijen houden vooral beoefend door monniken. De bijenwas gebruikten ze voor het maken van kaarsen.

Een bijenvolk volk vormt een sterke sociale eenheid bestaande uit een koningin, werksters en darren. Binnen deze drieheid heeft ieder zijn functie: de koningin zorgt voor het nageslacht. Zij wordt bevrucht door de mannelijke bijen, de darren. Na de bevruchting vervullen die geen functie meer en als de zomer gevorderd is en de honing schaarser, worden de darren verjaagd door de werksters. De werksters zijn onvruchtbare vrouwelijke bijen die, zoals de naam al zegt, veel werk verrichten. Zij verzamelen de nectar uit de bloemen die door de bij tot honing wordt verteerd, zij verzamelen ook stuifmeel en pollen.

Het werkzame leven van de werksterbij begint al direct nadat ze als bij uit de cel is gekropen. In vele van die zeshoekige cellen heeft de koningin haar eitjes gelegd. Na drie dagen kruipt uit ieder eitje een larfje, dat gevoed wordt door de werksters. Zes dagen later verpopt het larfje zich. De cel wordt door de werksters afgesloten met een dekseltje van bijenwas. Eenentwintig dagen nadat het eitje is gelegd wordt dit dekseltje weggeknaagd door de bij: het minuscule larfje heeft zich veranderd in een werksterbij met kop, borststuk en achterlijf, zes poten en vier vleugels.

De werksterbij begint meteen met het schoonpoetsen van de cellen en enkele dagen later ook met het verwerken van de nectar. Nog weer een paar dagen later verzorgt en voedt ze de jonge larven, en dat alles dag in dag uit, nagenoeg zonder rustperiode. Als de werksterbij drie weken oud is, vliegt ze voor het eerst uit en verzamelt nectar en stuifmeel. Dat gebeurt van de vroege ochtend tot in de late avond. Terug in de bijenkorf of -kast verzorgt ze de honing, om de volgende ochtend bij het eerste zonlicht weer uit te vliegen. Na een paar weken is de werksterbij aan het einde van haar leven. Haar vleugels zijn vaak letterlijk versleten en op haar laatste dag keert ze niet meer terug naar haar volk.

De darren worden geboren uit onbevruchte eitjes. Als de darren er eenmaal zijn maken de werksterbijen die samen met de koningin overwinterd hebben, grote zeshoekige cellen waarin de koningin bevruchte eitjes legt. De larfjes die hieruit voortkomen, worden gevoed met koninginnegelei, bestaande uit nectar en stuifmeel die bewerkt zijn door de werksters. Uit deze eitjes wordt de nieuwe koningin geboren, die zich enkele dagen voor haar geboorte aankondigt met een piepgeluid. De volgende dag vliegt de oude bijenkoningin weg, gevolgd door een deel van haar bijenvolk. Zij zoeken een nieuw onderkomen. Zo kan een bijenvolk zich splitsen want in het ongeveer gehalveerde bijenvolk dat achterblijft, komen binnen enkele dagen nog verschillende koninginnen uit en telkens vliegt de oudste koningin, met de helft van het resterende volk, uit op zoek naar een nieuw onderkomen. Daar begint dan meteen het bouwen van de raten. Een week of drie later maakt de nieuwe koningin haar ‘bruidsvlucht’, in de namiddag vliegt zij uit naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. Ze vliegt zo hoog als ze kan, naar de zon, ze is een zonnedier. De darren achtervolgen haar, de snelste kunnen met de koningin paren. Als de bevruchte koningin terugkeert, blijft zij verder in de woning en ongeveer twee tot drie weken later begint zij met het leggen van de eitjes, ongeveer 1000 per dag zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 40.000 tot 70.000 werksters.

Het leven der bijen werd geschreven door
Patricia Bunge

Boomstam methode

Op deze webpagina wordt enkel de oorspronkelijke boomstam methode behandeld.
De bedoeling is niet om een professionele imker te worden, maar eerder om een mooie en evenwichtige relatie met de bijenwereld op te bouwen.
Aan de hand van de originele tekst (groen) uit het eerste Anastasia boek bespreekt Imker Alain Duforet deze natuurlijke en vredelievende manier om bijen te houden (cursief).

In de jaren tachtig kwam ik voor het eerst in aanraking met de honingbijen via een heel bijzondere mens die al vele jaren bijen hield en een imker was in hart en ziel. Deze mens was als het ware bezield door zijn beestjes. Alle moderne foefjes hadden weinig indruk op hem. Dit belette hem niet open te blijven voor nieuwigheden die dicht bij de natuur stonden. Ik herinner mij alleen al de geur die je tegemoet kwam als je zijn bijenstal naderde, het was die heerlijke intense geur van propolis en honing. En er heerste een drukte van je welste. Overal bijtjes die bedrijvig aan het fourageren waren. Het duurde niet lang of ik wou ook beginnen met bijen telen en sloot mij aan bij de bijenclub. Later deed ik mee aan een examen als voordrachtgever bijenteelt. In mijn voordrachten spitste ik mij vooral toe op bijenziekten, en de wonderlijke producten die de honingbijen verzamelen: propolis, stuifmeel, honing enz..

Oorspronkelijk kwamen honingbijen (Apis mellifera L.) enkel en alleen voor in holle boomstammen of rotsspleten. Zo waren ze afdoende beschermd tegen weersomstandigheden (vorst, wind..). Sommige mensen hielden zich bezig met het bewerken van dergelijke bijenbomen (in Duitsland werden deze ‘Zeidlers’ genoemd). In feite waren zij honing- en wasverzamelaars en geen bijenhouders of imkers; aan de bijen zelf werd geen zorg besteed. Later echter kwam men op het idee om het deel waarin de bijen hun nest hadden gebouwd af te zagen en mee te nemen naar huis. Dit werden de zogenaamde Klotzbeuten. Die kan men tegenwoordig nog zien in bijenteeltmusea.

Er zijn nog altijd bijenhouders die een grote boom uithollen en voorzien van deksel en uitvliegopening. De behandeling van dergelijke bijenvolken in een boomstam komt wel wat overeen met bijen houden in korven. De honingopbrengst gebeurt in de vorm van de pure raathoning die dan uitgesneden kan worden. De naam Klotzbeute is een Duitse naam wat blok of klos betekent. De stam bestaat uit een bodem, broedboom, honingboom en een afdekplank. Straks meer daarover. Later ging men over naar de bijenkorven die voornamelijk gemaakt waren van (rogge)stro of buntgras. Het nadeel hiervan was het oogsten van de honing, waarbij vele bijen het leven lieten. Ook zijn korven van stro moeilijk schoon te maken en hebben ze daardoor een beperkte levensduur.

Als traditionele imker gebruikte ik zelf simplexbijenkasten. Op zich zeer aangename bijenkasten om mee te werken en het bijenvolk te volgen in hun doen en laten. Op een gegeven moment las ik een boek van Vladimir Megre (Anastasia) waarin Anastasia duidelijk maakt dat elke tuin baat heeft bij het houden van bijen. Hier geeft ze haar advies over hoe je op een heel natuurlijke wijze bijen kunt houden. Dit ben ik gaan bestuderen en graag deel ik hier enkele bevindingen.

Iedere moestuin zou een bijenkorf moeten hebben.

De originele tekst uit het boek (in groene kleur).

“Maak een koker, bijvoorbeeld van een uitgeholde boomstam, of van planken van een loofboom van minimaal 6 centimeter dik."

Bijgevoegde foto’s en filmpje hebben dus duidelijk betrekking op de tekst van Anastasia waarin sprake van een uitgeholde boomstam. Een prachtvoorbeeld wat inspirerend kan werken.

Links de opbouw van een bijennest in een holle boomstam.
Bovenaan de honing opslagplaats,
daaronder de opslagplaats van de pollen,
en verder het broednest en het darrennest.
De langwerpige cellen onderaan zijn de koninginnecellen.
Rechts prachtige raten.

Bossen en wouden bieden de meest overvloedige dracht en zijn als bijenoord dus zeer geschikt voor honingbijen. Het meest geschikte hout voor het maken van een boomstamkorf zijn eik, wilg, beuk, ceder, kers (heel hard hout). Gebruik een boormachine met een peddel 2/3 breedte om uit te hollen. Beitel het resterende hout in de holle boomstam verder uit met een houtbeitel. Denk eraan om het hout steeds te laten drogen om eventuele grote barsten en scheuren te voorkomen. Je moet er zeker rustig je tijd voor nemen en met volle bezieling aan je boomstam werken, hem als het ware visualiseren zoals je hem wilt.

Fotoreeks (klik op de foto's om te vergroten)

Op foto 3 een afwerk techniek zonder boormachine maar met mes en hamer; op foto 4 werd de stam gebrand om schimmels te doden; foto 5 toont de schimmel binnenin; op foto 7 de houten spijlen waar de bijen de raten aan zullen bouwen (ook ter versteviging); op foto 10 kun je de vluchtgaten zien die op ongeveer 1/3 van de stam geboord worden.

Rohling Weide Fräser Altes-Messer-Technik gegen Schimmel abgeflämmt Schimmel im Inneren Klotzbeute geöffnet

Speile Oberträger Klotzbeute geschlossen Bienen am Flugloch der Klotzbeute Klotzbeuten fertig Klotzbeute neu besiedelt


Prachtige wasraten

Bijenboomstam in Afrika

Het boomstam model kan ook nagebootst worden met houten planken.

"Bevestig langs de naden aan de binnenkant driehoekige latjes zodat de hoeken afgerond zijn. Deze latjes kunnen losjes gelijmd worden, de bijen zullen ze later zelf wel vasthechten."
(Dit vasthechten gebeurt met propolis (zie verder), een harsachtige substantie welke de bijen ook zullen gebruiken om eventuele kieren, scheurtjes e.d. dicht te kitten.)
"Timmer de onderkant dicht met planken van dezelfde dikte, de bovenkant wordt afgesloten met een deksel. Stop de kieren tussen het deksel en de korf dicht met hooi of met vodden. En bedek ook de bodem met een lap."
(Je kunt ook stof van jutte zakken gebruiken (bij een koffie branderij zijn er meestal te vinden). Jutte wordt goed verdragen door de bijen.)
"Maak vervolgens over de lengte een naad van anderhalve centimeter, tot op dertig centimeter van het uiteinde waar het deksel zich bevindt. Zo’n koker kan op een onderstel worden geplaatst, ergens in de moestuin. De afstand tot de grond moet minimaal 20 tot 25 centimeter bedragen. De opening moet naar het zuiden gericht zijn."
(De opening van de bijenkasten naar het zuiden richten betekent dat de zon de vliegopening vroeg in de morgen kan beschijnen, waardoor de bijen sneller naar buiten zullen gaan om aan hun dagtaak te beginnen.)

"Het beste is om de koker onder tegen het dak van een huisje te bevestigen. Dan hebben de bijen bij het uit- en aanvliegen geen last van de mensen en hebben de mensen geen last van de bijen. Bevestig de koker horizontaal, onder een hoek van 20 à 30 graden. Het te openen uiteinde bevindt zich onderaan. De koker kan ook op zolder worden geplaatst, maar zorg dan wel voor goede ventilatie. Het beste is om de koker onder de dakrand, of op het dak te bevestigen, aan de zuidkant van het huis, op een platje of een speciaal daarvoor gemaakt afdakje.
Denk eraan dat het wel mogelijk moet zijn om de honingraten te verwijderen. Bescherm de korf met een doek of scherm tegen teveel zonlicht. ’s Winters kan de koker aanvullend geïsoleerd worden tegen de kou”.
Ik merkte op dat de koker nogal zwaar zou zijn en dat het zonnescherm en de constructie met een plaat het uiterlijk van het huis nogal zouden bederven. Wat te doen in zo’n geval?
Ze keek me enigszins verbaasd aan en zei vervolgens: “Het gaat erom dat jullie bijenhouders niet helemaal juist handelen. Dat heeft mijn grootvader me verteld. Moderne bijenhouders hebben allerlei constructies voor bijenkorven bedacht die er allemaal op gericht zijn om mensen de mogelijkheid te geven om op ieder gewenst moment in het leven van de bijen in te grijpen. Ze verplaatsen ramen met honingraten van de ene naar de andere kant, verhuizen de korf van de ene naar de andere plek; dat zijn allemaal dingen die je beter niet kunt doen. Bijen plaatsen hun raten zelf op precieze afstanden van elkaar, ze zorgen zelf voor een ventilatiesysteem en leveren slag met hun vijanden. Elke vorm van ingrijpen verstoort dit systeem

(dit is heel correct, vaak hebben imkers de neiging om veel te veel de kast te openen en die verstoring verwart de bijen en maakt ze onrustig, waardoor ze hun ongenoegen laten blijken door agressief te reageren en…te steken) ; in plaats van zich bezig te houden met het verzamelen van honing en het voortbrengen van nieuwe bijen, zijn ze steeds bezig met het corrigeren van de gemaakte veranderingen (die wij tenslotte aanrichten).
In natuurlijke omstandigheden leven de bijen in holle boomstammen en zijn ze uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Ik heb je verteld hoe je bijen kunt houden op een zo natuurlijk mogelijke wijze.”
De groepsziel houdt de honingbijen als een perfecte samenleving geheel, ook bij andere sociale insecten (zoals mieren) herkent men dat. Een collectief bewustzijn wijst hen de weg. De natuur, leven en bewustzijn zijn een nauw geheel. De insecten weten intuïtief dat zij deel uitmaken van een groter geheel of ontwerp, dat niet alleen uit materie en energie bestaat, maar eveneens onderworpen is aan een collectief bewustzijn, dat vanuit de kosmos wordt gestuurd en onderhouden, evolueert en zich verder ontwikkelt. Aanbevolen lectuur over dit onderwerp is te vinden bij Rudolf Steiner (De Bijen) en Simon Buxton (The Shamanic Way of the Bee).

“Alles heeft baat bij hun aanwezigheid. Ze zijn heel effectief als plantenbestuivers en hierdoor wordt de oogst vergroot, maar dat is jullie waarschijnlijk wel bekend. Wat jullie wellicht niet weten is dat de bijen met hun zuigsnuit de kanalen openen waardoor planten de door de sterren weerkaatste informatie kunnen opnemen.”
Honingbijen zijn een onmisbare schakel binnen het ecosysteem. Door hun dagelijkse bezoeken aan bloeiende planten zijn ze eerst en vooral de beste en belangrijkste bestuivers. Bijen zijn één der meeste wonderlijke insecten die ik ken, het zijn echte zonnewezentjes. Wanneer ze ’s ochtends uitvliegen, werken ze hun volledige schema af. Van elke plantensoort weten ze de beste tijd voor een bezoek; soms zijn er tot negen verschillende afspraken per dag met een tussenruimte van zo’n 20 minuten. De informatie die ze verzamelen over de beschikbaarheid van honing en stuifmeel communiceren ze aan hun medezusters door middel van de beroemde ‘bijendans’. Karl Von Frish heeft prachtig wetenschappelijk onderzoek verricht over de bijendansen. Door middel van rondedans en kwispeldans geven ze informatie door aan elkaar. Het is een perfecte samenwerking waar alles gebeurt in harmonie en iedereen bijdraagt aan het geheel. De kennis die tijdens de dans wordt overgedragen omvat onder meer gegevens over richting en afstand tot de bloemen (tot wel 10-15 kilometer). Bijen oriënteren zich daarbij via de stand van de zon en ze corrigeren de gegevens door middel van de beweging van de zon ten opzichte van de korf. Onder de insecten zijn bijen de meest geschikte bestuivers omdat ze, in tegenstelling tot andere bloem bezoekers, voor hun voedsel volledig afhankelijk zijn van nectar en stuifmeel. Dank zij de honingbijen kunnen mensen en dieren genieten van fruit, vruchten, zaden en noten. En door hun bestuivingswerk helpen ze bij de voortplanting van wilde planten. Op die manier werken ze ook mee aan het in stand houden van de biodiversiteit.
“Maar bijen kunnen mensen toch steken? Hoe kun je nu rustig op je tuintje werken als je voortdurend bang moet zijn dat je gestoken wordt?”
“Bijen steken alleen mensen die agressief tegen hen zijn, die met hun armen zwaaien en bang zijn. Of mensen die van binnen vol agressie zitten of heel geïrriteerd zijn, niet alleen ten opzichte van bijen, maar in het algemeen. De bijen voelen dat aan, sterker nog, ze kunnen de uitstraling van negatieve gevoelens niet verdragen."

Bijen voelen inderdaad aan wanneer iemand zenuwachtig is, vaak begint zo iemand dan te transpireren en onzekere bewegingen te maken. Bijen merken trage of rustige bewegingen niet op, terwijl schichtige en vlugge bewegingen bedreigend voor hen lijken…zodat ze overgaan tot verdedigen. Dus hoe meer je in ‘zen’ vertoeft, hoe minder kans op steken. Ga ook niet geparfumeerd naar je bijenvolken en wandel of sta zeker niet voor het vlieggat.
"Verder kunnen ze ook steken op die plaatsen op het lichaam waar zich zenuwuiteinden bevinden van een ziek inwendig orgaan, of plaatsen waar de afweer verzwakt is of waar op andere wijze de balans is verstoord.”

“Om een bijenvolk over te brengen naar zo’n koker is niet moeilijk. Voordat men de zwerm uitzet in de koker, moet men er een stukje was en een stukje breed longkruid in neerleggen. Zelfgemaakte ramen of honingraten zijn niet nodig. Als er op de aangrenzende percelen al bijenvolken wonen, zullen de bijen vanzelf de vrije kokers betrekken.”

“En hoe verzamelt men de honing?”
“Open het deksel aan de onderkant, breek de hangende raten af met de daarin opgeslagen honing en het stuifmeel. Wees alleen niet hebberig en laat genoeg honing over voor de bijen om de winter door te komen. Het eerste jaar is het beter om geen honing te verzamelen.”
Het verzamelen van honing is ontegensprekelijk een mooie en wonderlijke ervaring. Bedenk evenwel wat een ongelofelijk intensieve arbeid de bijen hebben verricht, de duizenden bloemen en bloesems die werden bezocht, bedenk en bedank hun onvoorwaardelijke naarstigheid. Wees nooit te gretig met de honing, maar breek slechts een kleine hoeveelheid van de raten af. We zijn allen verbonden in het kosmische geheel, nemen en geven dienen in evenwicht te zijn. Raathoning kan zo opgegeten of uitgezogen worden of uitgeslingerd met een toestel. Met de overgebleven was kunnen dan kaarsen gemaakt worden of de was kan dienst doen als een ingrediënt bij de bereiding van zalfjes. Het ritueel van het branden van bijenkaarsen kan ons even laten stil worden en ons aansporen tot een dankzegging voor al het goede wat de natuur ons brengt.

Enkele nuttige websites

Drachtplanten - Uitgebreide drachtplantengids voor bijenteelt en wilde bijen
Bijen vriendelijke planten - Plantenlijst met pollen en nectarwaarde
Drachtplanten - De lijst uit Imkerpedia met pollen en nectarwaarde
Wetgeving - Belgische wetgeving betreffende bijenteelt. Aansluiten bij een lokale imkersbond kan een goede beslissing zijn.
Apicultuur - Zie ook deze linkjes op de Rivendell website

Bijen producten

Er zijn een zestal producten welke in de reguliere bijenteelt geoogst worden en waarvan honing de bekendste is.
Wanneer op het familiedomein slechts 1 boombijennest gehouden wordt volgens de aanwijzingen van Anastasia, dan kan enkel honing, was en wat propolis geoogst worden.
Om de andere producten te winnen, zoals stuifmeel, koninginnebrij en bijengif zijn vele bijenkasten en bijenstallen noodzakelijk
en worden de bijen voornamelijk als productie- en opbrengstdieren gezien, wat het natuurlijke evenwicht verstoort en helemaal niet de bedoeling kan zijn.
Laat bij het oogsten van de honing(raten) uit het boomnest steeds een voldoende voorraad zitten voor de bijen.

Honing

Honing is het voedsel dat de honingbijen voor zichzelf bereiden uit (voornamelijk) bloemennectar en wat ze nadien vakkundig opslaan in de raten van de bijenwoningen om te rijpen. Honing kan vloeibaar, dik of gekristalliseerd zijn naargelang de oorsprong van de nectar. Er zijn vele verschillende soorten honing afhankelijk van het tijdstip van oogsten (voorjaar, zomer, najaar) of volgens de herkomst van de nectar (lindehoning, heidehoning, acaciahoning,...). De kwaliteit van de honing is afhankelijk van verschillende factoren zoals de plantensoort, de groeiomstandigheden van de drachtplanten, de hoeveelheid licht die een plant krijgt en andere omgevingsfactoren. Ook allerlei bewerkingen hebben een invloed op de kwaliteit. Onbewerkte raathoning is de beste kwaliteit. Daarna komen andere vormen zoals slingerhoning, pershoning, druiphoning,... Verhitte honing (boven 40°) en honing waaraan andere substanties werden toegevoegd, zijn te mijden.

Honing bestaat uit 80 % natuurlijke suikers (glucose, fructose, maltose); vele mineralen (natrium, kalium, calcium, fosfor, magnesium, ijzer, koper, fosfor, zwavel, mangaan, silicium, zink,...); vitaminen (B2, B6, C); onmisbare enzymen; fermenten; diastasen; hormonen (acetylcholine); inhibine (warmtegevoelig antibioticum) en nog niet ontdekte stoffen...Hoe donkerder de honing, hoe meer mineralen.

Indien met mate gebruikt is honing niet alleen lekker en verantwoord zoet (behalve voor diabetici), maar ook een waar geneesmiddel. Uitwendig als wondmiddel, bij huidziekten (acné), als masker, pakkingen en kompressen, in haarverzorgingsmiddelen, zalven en lotions. Inwendig als zenuwversterkend middel (depressiviteit), bij te veel maagzuur of zure oprispingen, bij gebrek aan eetlust, bij slapeloosheid, hartproblemen, bloedarmoede, verkoudheid, bronchitis, keel- en amandelontsteking,...Honing werkt bloeddrukverlagend en bloedreinigend.


honingsoorten

bij met stuifmeel

boom-bijennest

Propolis

Propolis is een harsachtige stof die de bijen verzamelen op de knoppen en schorsen van verschillende planten en bomen. In onze streken voornamelijk op populier, berk, iep, els, beuk, kastanje en verschillende soorten coniferen. Propolis bestaat uit mengsel van een kleine honderd verschillende stoffen waarvan een groot aantal flavonoïden. Deze blijken onder meer als antibiotica werkzaam te zijn (bij ontstekingsreacties, bacteriële- en virusinfecties) en stimuleren de vorming van antistoffen. Propolis wordt door de bijen gebruikt voor het dichtmetselen van openingen en kieren, het inkapselen van schadelijke elementen en voor het vastzetten van bewegende delen. De imker oogst propolis door het afkrabben van ramen en kastonderdelen. Dit afkrabben geschied het makkelijkst wanneer het koud is, dan is de propolis hard en springt gemakkelijk los. Met de propolis kan dan een tinctuur gemaakt worden. Hier enkele basisrecepten met propolis.

Bijen beschermen zich reeds meer dan 10 miljoen jaar met propolis tegen allerlei ziektekiemen. Door de aanwezigheid van verschillende actieve stoffen, bezit propolis een brede waaier aan eigenschappen. In de medische wereld is er geen enkel ander gangbaar middel bekend dat bij zo'n veelheid van aandoeningen kan worden toegepast. Het is ook nog altijd het sterkste antibioticum (bacteriedodend) wat gekend is en een afdoend middel tegen virussen. Propolis bestaat uit 55% harsen, 30% was, 10% etherische oliën, 5% pollen en sporen van vitaminen (B3) en 16 mineralen. Hier een klein overzicht van de toepassingsmogelijkheden bij allerlei aandoeningen.


stuifmeelkorrels

propolis

raathoning

Bijenwas

Bijenwas wordt geproduceerd door jonge werksterbijen die de was 'uitzweten' via hun wasklieren in de vorm van kleine wasschubjes. Deze wasplaatjes worden dan vermengd met speeksel, goed gekauwd en dan gebruikt voor het bouwen van de raten en het verzegelen van broed- en voorraadcellen. Een bijenkolonie kan tot 2 kg was per jaar produceren. Om 1 kg was te produceren gebruiken de ze 1 kg stuifmeel en 10 kg honing (= 30 kg nectar). Was is een mengsel van esters, zuren, alcoholen en koolwaterstoffen (paraffine en olefine). Het is opgebouwd uit meer dan 300 bestanddelen waarvan de meeste in kleine hoeveelheden aanwezig zijn. Jonge was is altijd wit van kleur maar verkleurt snel naar geel en later naar geelbruin. Oude raten zijn zelfs donkerbruin. Wanneer we was opwarmen tot 35° wordt hij plastisch verwerkbaar, bij 46° verliest hij zijn vaste structuur en bij 61 à 65° (afhankelijk van het propolisaandeel in de was) smelt hij.

Vers uitgebouwde raten en dekseltjes van honingraten leveren de zuiverste was, zij kunnen best gesmolten worden in een zonne-wassmelter. Oudere bebroede wasraten kan men beter eerst in regenwater laten weken waardoor de achtergebleven velletjes van de larven het water absorberen en beter loslaten. Deze raten kunnen dan gesmolten worden in heet zacht water (regenwater). De hete was wordt dan in een conisch vat gegoten om langzaam af te koelen. Alle resterende onzuiverheden die nog in de was achterbleven zijn terug te vinden op de bodem van het vat. Wanneer de gestolde was uit het vat wordt gehaald kan men dan de onderste (onzuivere) laag wegsnijden en de was nog 1 of 2 maal smelten tot de was zijn typische kleur en consistentie heeft.
Een zonne-wassmelter is makkelijk zelf te maken. Het is een rechthoekige houten bak die bovenaan afgesloten is met een enkele of dubbele beglazing. In de bak bevindt zich een metalen gaas (maaswijdte 3 mm) waarop de ramen of raten gelegd worden, een zinken afloopplaat, en een zinken verzamelbakje om de gesmolten was op te vangen. De zonnestralen (die er loodrecht opvallen in een hoek van 45°) laten de was smelten. De bak moet met de zon kunnen meedraaien.

Bijenwas kent al duizenden jaren uitgebreide en hoog gewaardeerde toepassingsmogelijkheden. Bij het verzegelen van wijn- en olievaten, het impregneren van schepen en paalwoningen, het modeleren van dodenmaskers, bij het gieten van metaalvormen, als basis voor waszegels en schrijftabletten, als drenklaag voor mozaïekvloeren (Pompeï), bij de mummificatie der doden (Egypte), als ingrediënt in verven, of in boenwas om hout te veredelen, zelfs vruchten werden in was gedompeld om ze langer te kunnen bewaren. Uiteraard de waskaarsen niet vergeten. Lange tijd mochten in kerken en kloosters enkel kaarsen gebrand worden van bijenwas (als symbool voor maagdelijkheid). Alle kloosters hadden vroeger een pater-imker in hun rangen voor de honing maar vooral ook voor de was.
Sedert eeuwen wordt was ook in allerlei zalven en cosmeticaproducten gebruikt omdat het zich niet enkel met water bindt maar ook met etherische oliën. Was bevat ook altijd wat propolis waardoor het ook nuttig kan zijn als bacteriedodend wondpleister. Kauwen op was reinigt de mondholte omdat dan de antibacteriële bestanddelen in was (chrisine) hun werk doen.


wasraten

assortiment

waskaarsen

De drie volgende bijenproducten kunnen niet geoogst worden wanneer slechts 1 boomstamnest wordt gehouden.
Men dient over verschillende kasten te beschikken en erg sterke bijenvolken te hebben.
Omdat het oogsten van koninginnebrij en bijengif erg ingrijpend is, kan men ook ethische en morele vragen opwerpen.
Hier is al veel minder sprake van samenwerking met de bijenwereld, wel eerder van roofbouw en het houden van opbrengstdieren.

Stuifmeel

Stuifmeel of pollen is ruwweg het plantaardig equivalent van zaadcellen, afkomstig van de meeldraden van bloemen. Alle soorten zaadplanten produceren stuifmeel. Er zijn evenveel soorten stuifmeel als er bloemen zijn. Als het stuifmeel terechtkomt op de stamper van een andere bloem van dezelfde soort groeit vanuit de stuifmeelkorrel een lang buisje naar binnen, dat contact maakt met de eicel die dan bevrucht wordt door het genetisch materiaal uit de stuifmeelkorrel, zodat de plant zaad kan ontwikkelen. Stuifmeel bestaat uit ontelbare en oneindig kleine korreltjes die dus afkomstig zijn van de meeldraden van bloemen en dennenappels. Eén gram grof stuifmeel bevat 14.000 korrels, fijn stuifmeel zelfs 300 000 korrels. Stuifmeel is net als honing rijk aan biofotonen. Bijen en hommels nemen niet alleen de nectar uit een bloem mee om op te slaan in hun korf, maar ook vaak stuifmeel, dat aan hun lijf blijft kleven of dat ze aan elkaar gekleefd als stuifmeelkorfjes aan hun pootjes meenemen. Hiermee dekken de bijen en hommels hun behoefte aan eiwitten, vetten, mineralen en vitamines. Stuifmeel wordt geoogst door aan de ingang van de kast een stuifmeelval te plaatsen, een doorboorde plaat met openingen van 5 mm. De bijen moeten zich door de openingen wringen waarbij ze de meegebrachte stuifmeelklompjes verliezen.

De sterke geneeskrachtige werking van pollen ligt in de synergetische werking van de vele substanties en inhoudsstoffen die elkaar ondersteunen. De inhoudsstoffen zijn afhankelijk van de plant maar stuifmeel bevat eiwitten (20%); koolhydraten (30%); vrijwel alle vitaminen (B1, B2, B3, B6, B8, B9, B12, C, D, E, K, rutine, nicotinezuur, pantoteenzuur); mineralen (kalium, magnesium, calcium, ijzer, fosfor, zwavel, mangaan, silicium, koper); waardevolle vetten (10%); enzymen; hormonen en 20 van de 22 gekende aminozuren. Dit maakt stuifmeel tot een volwaardig en krachtig supplement wat inzetbaar is bij allerlei klachten, van prostaatklachten, reumatische klachten, vrouwenklachten, zenuwspanningen, stress, depressie, vermoeidheid tot ondersteuning bij kankertherapieën. Door het aanwezige B12 en ijzer is stuifmeel ook erg geschikt als aanvulling op een vegetarische levensstijl.

Koninginnebrij

Koninginnenbrij is een secretie van de voedersap- en kaakklieren van de jonge werksterbijen (6-10 dagen oud). Het is een licht geelachtige, romige en wat zurige substantie met een licht scherpe geur en smaak. Koninginnenbrij wordt slechts gedurende de eerste drie dagen als voedsel aangereikt aan de werkster- en darrenlarven. De koningin echter, wordt uitsluitend met koninginnenbrij gevoed, zowel tijdens haar larvestadium, als tijdens haar volwassen bestaan. Dankzij koninginnebrij weegt de koningin dubbel zoveel, kan ze tot 5 jaar oud worden (werksters hooguit 8 weken) en legt ze duizenden eitjes per dag. Koninginnebrij is dan ook supervoedsel en volgens sommigen het meest complete voedsel wat bestaat. Een gezondheidskuur met koninginnenbrij helpt bij vermoeidheid en depressies, verbetert alle fysieke en mentale prestaties en werkt verjongend. Het oogsten van koninginnebrij is niet alleen erg omslachtig, maar betekent ook een serieuze en verstorende ingreep in het dagelijkse leven der bijen.

Bijengif

Bijen hebben een angel om hun belagers of de belagers van hun nesten en honingvoorraden aan te vallen en af te weren. De angel is voorzien van kleine weerhaakjes die in onze huid blijven steken. De bij die na een steek wegvliegt verliest hierbij haar volledige giforgaan (angel, kanaaltjes en gifblaas) waardoor ze sterft. Dit in tegenstelling tot een wesp die meerdere keren kan steken. Het is dan ook logisch dat een bij niet voor haar plezier steekt doch enkel wanneer ze wordt vastgepakt of we haar nest verstoren. (Er bestaan ook verschillende bijenpopulaties, van zachtaardig tot erg agressief). Een bijensteek is niet echt gevaarlijk, wel hinderlijk of pijnlijk, maar bij een goede behandeling is de pijn weer snel over. Bijengif heeft ook een positieve werking op ons lichaam (bij reuma, arthritis,...).
Een bijensteek kan u best als volgt behandelen. In de eerste plaats dient de angel zo snel mogelijk te worden verwijderd. Dit doe je door met een vingernagel, van opzij, over de huid glijdend, de angel uit de wonde duwen. Nooit de angel met 2 vingers vastnemen en uittrekken, want daardoor nijpt u het gifblaasje leeg, zodat er meer gif in het lichaam terecht komt. Of zuig het gif op uit de wond. Leg een ijsblokje of koude kompres op de plek van de steek.
Volgens velen is een bijensteek goed voor de gezondheid. Een imker krijgt nooit reuma. Bijengif bevat vooral mellitine wat een krachtige invloed heeft op ons zenuwstelsel. Bovendien mobiliseert deze stof onze zelfbeschermingmechanismen door de productie van cortisol in de bijnieren te activeren. Bijengif remt ontstekingen, werkt pijnstillend, verlaagt de bloeddruk en verwijd de bloedvaten, vooral in de hersenen. Het wordt ook verwerkt in zalven en wordt in de geneeskunde gebruikt tegen reumatische aandoeningen, voornamelijk tegen artritis.


met dank aan Alain Duforet
disclaimer: bovenstaande tips en uitleg zijn louter informatief
© Rivendell Village

Bovenstaande pagina is ook beschikbaar als gratis en printbaar pdf bestand: Apicultuur (18 pag.)

Tweet